ࡱ> \^[ >bjbjMFMFz/,/,6  &@BBBBBBezBB4W444"@4@444иW@T44 m044444 P:  Back to the future 2004. Het contourenbeleid is ten einde. Niet langer wordt het kleine Nederland beschermd tegen de verwoestende uitwassen van die ene soort die nietsontziend het landschap sinds tijden teistert en steeds verder overspoelt en verpulverd de Mens. Het zou de intro kunnen zijn van een film die op de ruimtelijke ordening in Nederland terugblikt. Nu de deuren geopend worden naar het verstedelijken van het land buiten de contouren zijn zenuwen, angst en woede niet van de lucht. Het contourenbeleid beperkte de vernietiging van ons land tot binnen de grenzen van het onvermijdelijke, een typisch Hollands gedoogbeleid dus, maar nu deze grenzen losgelaten worden, wacht het land gespannen af. Het onvermijdelijke is de rede van het loslaten, we kunnen niet anders, maar de bouwopgave lijkt veelal toch een ramp die zich hoe dan ook moet voltrekken, dus dan maar op een zo pijnloos mogelijke wijze. Redenen tot deze malheur: nieuwbouw vernietigt het verleden (treurig), vernietigd de natuur (slecht) en is overal hetzelfde (saai). Het hoofd wordt gebroken over manieren dit tegen te gaan, identiteit te genereren, variatie te maken, het verleden te reanimeren. De natuur is al een heel eind: sinds de overtuiging post heeft gevat dat natuur ook ontwikkeld kan worden hebben talloze nieuwe mogelijkheden zich voorgedaan: nieuwe natuurgebieden maken kan, in het groot (Oostvaardersplassen), maar ook op het dak of tegen de muur. De mogelijkheden blijken eindeloos en ook binnen de stad te liggen, met als spectaculair voorbeeld de slechtvalk die zich op de Westpoint-toren in Tilburg vestigt. Maar de verveling door de bloedeloosheid van de nieuwbouw en het verlies over het verloren gegane verleden gaat onverminderd voort. De oplossing is wel gezocht in een nieuwe stroming: het Postmodernisme. De dwangmatige uniformiteit en de fetisj van het nog minder is nog meer (P. Gossel, G. Leuthauserr; 277), is vervangen door een lichtvoetigere kijk op architectuur, door: meer is meer. Eerlijk gezegd op een nogal recalcitrante, wederom dwangmatige tegenreactie in de vorm van vrolijke kleuren, fantastische vormen, extravagante materialen, grappige verwijzingen of interessante citaten. In de stedenbouw en landschapsarchitectuur zien we dit terug in zowel exotische verwijzingen naar verre oorden met ondergaande zonnen, alsmede frivole eieren in de stadsplattegrond als ook de meest recente gril - de overspannen verwachtingen van verwijzingen en citaten naar een ver verleden. Dat het onwaarschijnlijk is dat hiermee daadwerkelijke een nieuwe stedenbouw gecreerd wordt die de geconstateerde identiteitsloosheid van de nieuwe landschappen zal doen verdwijnen wil ik in dit essay aannemelijk maken. De term Vinex is intussen verworden tot een synoniem voor bloedeloze nieuwbouw die bestaande kernen rijker zijn geworden. Het zou deze nieuwbouw ontbreken aan identiteit en slechts afbreuk doen aan het landschap. Nu is echter alleen al het succes van de term Vinex, waarbij iedereen gelijk een helder beeld voor ogen heeft, een teken dat dit wel degelijk een zeer duidelijke identiteit heeft. Het gaat er dan ook niet om dat de nieuwbouw geen herkenbaar karakter heeft, dit karakter wordt alleen slecht gewaardeerd, voornamelijk omdat deze overal dezelfde is. De herkenbaarheid van de plek zelf, van voor de nieuwbouw, van haar specifieke eigen ondergrond en geschiedenis, wordt gemist. Dat dit niet een ongelukje is, een toonbeeld van onvermogen van de hedendaagse stedenbouw wil ik in dit essay laten zien; door terug te gaan naar de wortels van de hedendaagse stedenbouw zien we namelijk dat dit precies de bedoeling is geweest! Het is het doorslaand succes van het utopische modernisme. De utopische gelijkheid Luuk van Middelaar beschrijft in het boek Utopie, utopisch denken, doen en bouwen in de twintigste eeuw (NIOD; 2002) 3 kenmerkende eigenschappen van een utopie: de radicale breuk met het verleden, het collectieve karakter ervan en het geloof dat de nieuwe droom werkelijkheid kan worden. Het woord Utopie kan zowel het goede , als nergens betekenen. Het goede omdat het een ideaalwereld voorstelt, nergens omdat deze onvindbaar is. Het geloof in de maakbaarheid hiervan zette utopisten aan om deze dan maar te bedenken. Hiervoor diende eerst genadeloos met het verleden afgerekend te worden. Een utopie is revolutionair omdat ze een reactie is op een onbevredigende tijd, waar allerlei misstanden aan de kaak gesteld moesten worden. Stap 1 is dus altijd: we gaan het eens helemaal anders doen! Aangezien Utopia zoals gezegd nergens is, het is een droom, is deze ook niet van een specifieke ondergrond afhankelijk, overal waar ze voet aan de grond kan krijgen is ze welkom. Illustratief hiervoor is Het Plan Voisin van de architect/stedenbouwkundige le Corbusier in 1925. Hij wilde het stadshart van Parijs hierin opruimen om plaats te laten maken voor een zakencentrum. Na weigering van dit plan in Parijs is Le Corbusier is er dan ook andere steden mee afgegaan of ze het daar niet wilden hebben.. (Luuk van Middelaar, 2002) Het zal niet verbazen dat diezelfde le Corbusier de uitspraak: een bom is een planners beste vriend heeft gedaan. Geen wonder dat de bombardementen in de WOII op steden als Rotterdam en Berlijn als welkome, prachtige kans gezien werden bij veel bij-de-tijdse stedebouwers van weleer. De tabula rasa is ontlast van het foute verleden en geeft geen enkele beperking voor het realiseren van de droom. Onbegrensde mogelijkheden De stedenbouw sinds le Corbusier en tijdgenoten vernietigt het verleden en bouwt er haar universele droom op. Die is dus overal hetzelfde. In Nederland, voor het merendeel plat als een pannenkoek en buitengewoon strak georganiseerd, laat deze droom zich nog meer dan elders totaal onbegrensd tot uitvoer brengen. Er zijn immers geen natuurlijke barrires die in de weg liggen. Een bulldozer en een bak zand erover en er is niets meer dat het vrijelijk ten uitvoer brengen van de droom in de weg staat. Eenzelfde visioen beschrijft de profeet Jesaja: "Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden."(Jesaja 40:4). Wat in die tijd als onbereikbaar (gelijkheids-)ideaal gekoesterd werd kan vandaag de dag echter wel. Het land wordt bedolven onder een uniforme laag waarmee het natuurlijke substraat en het verleden zorgvuldig worden uitgewist en de modernistische droom tot uitvoer gebracht kunnen worden. De technische middelen zijn hier toereikend om de droom van de utopisten te realiseren en daar plukken we nog dagelijks de smakeloze vruchten van. Het verdriet is tweerlei: we zijn een heleboel moois kwijt en we hebben er een heleboel lelijks bij gekregen. Het vertrouwen in het bouwen is afgenomen tot nagenoeg nul. toekomstnostalgie Als we de ingredinten van de utopie zelf onder de loep nemen is het niet zo verwonderlijk dat deze op een teleurstellingen uitloopt: de verwachting dat de toekomst pijnloos, onbezorgd en constant gelukkig zal zijn, voor je priv-leven of de hele samenleving, kn niet anders dan op een teleurstelling uitlopen. De utopie is toekomstnostalgie, de toekomst waar de pijn al bij voorbaat is uitgefilterd. Als er nu echter iets is dat we van de utopien net kunnen leren is het de onmaakbaarheid ervan. Frappant is het te zien hoe de beelden waar de utopisten over droomden grotendeels werkelijkheid zijn geworden. Constant Nieuwenhuys New Babylon is een project waarin een gebouwde wereld wordt geschetst die boven het landschap staat en daar niet op reageert, een eigen wereld waarbinnen zich weer allerlei verschillende belevingswerelden onderscheiden. Welnu, gebouwen als New Babylon zijn er, alles kn overal, we zjn footloose en flexibiliteit en inwisselbaarheid zijn kenmerkende eigenschappen voor deze tijd. Maar van gebouwen die niets met de omgeving te maken hebben wordt nu gevonden dat ze overal hetzelfde zijn en niets met de identiteit van de plek te maken hebben. In de gebouwen waar we door verschillende surrealistische werelden kunnen bewegen wordt gevonden dat de belevingen niet echt zijn. Een ander voorbeeld van die gedroomde individuele vrijheid voor iedereen was de droom van de auto. In de jaren 40 en 50 is de wens dat iedereen een auto heeft belangrijk onderdeel van de utopie. Een heerlijke wereld met parkeerplaatsen vol autos van zelfstandige individuen die recreren aan het strand was het ideaal. Die droom is werkelijkheid geworden. De reclameposters van toen zijn de wereld van vandaag, het enige wat net overeenkomt zijn de immer stralende gezichten. Het pessimisme wat volgt op het feit dat de toekomstnostalgie niet is uitgekomen n het bedroevende resultaat van de dominante stedenbouwkundige utopische stroming heeft tot een passieve mentaliteit geleid. Met het laten varen van de maakbare droom wordt er intussen namelijk wel nog net zo voortgebouwd zoals dat sinds het functionalisme gaat; Binnen de contouren waar gebouwd mag worden is er nauwelijks landschappelijke aanleiding voor een interessant stedenbouwkundig plan. De enige aanleidingen die er zijn om te bouwen zijn namelijk dat er in de buurt al eens gebouwd is n dat de betreffende plek niet te mooi is, dat zou jammer zijn.. Het gevolg is steden bestaan uit een klein historisch centrum met grote delen parasiterende uitbreidingen die geen enkele andere aanleiding of aardigheid hebben dan dat oude centrum en een overgebleven ruraal landschap op een half uur fietsen. Wezenlijke stap in de nieuwbouwerij is dat gezocht wordt naar de meest conflictloze locatie, in navolging van Mc Harg: vanuit een overtuiging van verwoestende activiteit zoekt de planologie naar plekken die het minste problemen opleveren. Een interessante plek zal dit echter niet gauw opleveren. Wezenlijk kenmerk van ontwerpen is namelijk het oplossen van de paradox, het opzoeken van de onmogelijkheid en het uitbuiten van de ogenschijnlijke tegenstelling. Let op hoe tot de verbeelding sprekende nederzettingen (in de Michelin-gids: het omrijden waard) zich losmaken van het landschap, zich terugtrekken op een lastige, bijna onmogelijke positie (onmogelijk voor het water, of de vijand) en daardoor zo overtuigen. Dat doet de terp, dat doet het lintdorp en dat doen de prachtige dorpjes als St Paul de Vence of les Baux des Provence. Het zijn de plekken die een worsteling doormaken.. en boven komen. Terug naar nu: Vanuit de zee worden gigantische bulten zand gehaald, deze worden op de geweldig mooie Hollandse landschappen gedrapeerd, er worden palen doorheen geprikt tot op de tientallen meters dieper gelegen Pleistocene zandgronden, en als laatste worden de huizen aangedrukt totdat daar niks meer van te zien is. We zijn kunstenaars geworden in het spelen met geologie, we leven in wat de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen het Antropoceen noemt. Resultaat is dus dat de meeste Nederlanders wonen op een opgespoten zandeiland, in een paalwoning, op de zeebodem of geweldig veenweidelandschap, wat in stand gehouden wordt door een afwateringssysteem van bedijkte, voormalige veenstroompjes die als de Hollandse equivalent van de Romeinse aquaducten gezien mogen worden. En ontwerpers maken zich intussen druk over hoe ze in ons platte landje interessante woningbouw kunnen bedrijven De oplossing hiervoor wordt vervolgens gevonden in onzichtbare resten onder de grond, van kapotte kanos (Leidsche Rijn) of verkleuringen in de diepe bodem die duiden op een prehistorische bbq (Almere-Hout). Maar als de stedenbouw van nu haar identiteit moet ontlenen aan afval en grafschennis van onze voorgangers zijn we op een cultuurhistorisch dieptepunt aanbeland. Als dan als klapper op de vuurpeil de vondst onaangeroerd diep onder de grond moet blijven zitten betekent dit dat het iets doen met archeologie in de meeste gevallen dus het negeren ervan betekent.. De verwachtingen van identiteitsinjecties zijn hooggespannen, met wervende themas, pseudo-wetenschappelijke waarderingen en diepzinnige verwijzingen. Het heeft echter allemaal veel weg van dat sprookje van de nieuwe kleren voor de keizer. Iedereen blijft maar interessant met elkaar meepraten en fronsend kijken, proberend de werkelijkheid niet te zien. Totdat dat kind kijkt, lacht en zegt: er is helemaal niets te zien! En ja, daar kon hij toch weleens gelijk in hebben. Misschien is het een begin om het begrip identiteit niet op te vatten als een verzameling rimpels of andere oppervlakkige uiterlijke kenmerken, door deze te vereenzelvigen met de term cultuurhistorie zoals de nota Belvedre die hanteert: Cultuurhistorie gaat over sporen, objecten en patronen / structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. Cultuurhistorie omvat dus zowel het archeologisch, het historisch-(stede)bouwkundig als het historisch-landschappelijk erfgoed. (Ministerie van OCW, 1999) Deze definitie interpreteert de cultuurhistorie voornamelijk op de objecten die ze nagelaten heeft. Zo gezien resulteert het omgaan met de cultuurhistorie het herpositioneren van deze artefacten in een nieuwe omgeving. De identiteit zit hem mijns inziens eerder in de manier waarop met de eigen, gegeven mogelijkheden gereageerd wordt op waar de omgeving en de tijd mee aan komen zetten. En daar horen de rimpels als gevolg daarvan bij, en ach, die maffe verwijzing naar karakters van veraf, zoals die zonnebril die die actrice ook heeft, ook.. Maar zolang je die basis van het bouwen aan het karakter niet wezenlijk verandert en in oppervlakkigheden blijft hangen blijft de postmoderne stedenbouw een erfgoedvernietigende modderschuit, zij het met een cultuurhistorisch verantwoord vlaggetje erop. Harro de Jong, 2004 h""S._..*/ 3 33366y9z9::';0;>޺޺޺޺޺޺޺޺ h4hfCJOJQJmHsH#h4hf6CJOJQJmHsH#h4hf6CJOJQJmHsH#h4hf5CJOJQJmHsH h4hfCJOJQJmHsHh4hf5OJQJmHsH>/ =!"#$%666666666vvvvvvvvv666666>6666666666666666666666666666666666666666666666666hH6666666666666666666666666666666666666666666666666666666666666666666666666662 0@P`p2( 0@P`p 0@P`p 0@P`p 0@P`p 0@P`p 0@P`p8XV~ OJPJQJ_HmHnHsHtH>`> NormaalCJ_HmH sH tHLA L Standaardalinea-lettertypeZiZ 0Standaardtabel :V 44 la .k . 0 Geen lijst PK!K[Content_Types].xmlj0Eжr(΢]yl#!MB;BQޏaLSWyҟ^@ Lz]__CdR{`L=r85v&mQ뉑8ICX=H"Z=&JCjwA`.Â?U~YkG/̷x3%o3t\&@w!H'"v0PK!֧6 _rels/.relsj0 }Q%v/C/}(h"O = C?hv=Ʌ%[xp{۵_Pѣ<1H0ORBdJE4b$q_6LR7`0̞O,En7Lib/SeеPK!kytheme/theme/themeManager.xml M @}w7c(EbˮCAǠҟ7՛K Y, e.|,H,lxɴIsQ}#Ր ֵ+!,^$j=GW)E+& 8PK!>Ktheme/theme/theme1.xmlYMoE#V{oc'vGuرHF[xwfvg53NjHH8PTj%.H 3މǍ9㙏~8!悰WV|' I2jw+k'$JBDY ]G21@>GRKK"a$'nx$Y Q=~>~HYb3 eš## }{(rZ؎=?E|,|[3ۉb m1ŽU sGe+q I\*ܣh,=`}B3һO"ΐ6!/o+6YoC ]>VoDKeŴ[HF.'{q!!#L .;[JP;tH.ɁK-XSG@@"oI|!({[> Ҵ@ԛ1W8&ɛ86Φsyt 'z[xS;wtی-4N0rQy(NhWmo̮X[!''z,`0g4[GZL~DdԋP ;쪯Dz$ 8an]4ú:2BH dPH?sC+JVeJa1VUN-l]\gY+ I ф*ѕi8 CwiYgRL$B!6)KѬ%;_4AvBY0ȹiUߝ&{&QoԗL ?&Ԟ \ܕX=VTEݤ7UU{9 cH[HDƂ~&ʒ^Sv90z/V֠D5/ vjpYNviDp_ L<+ՠA_Agʄ6pC. l|3&6ge;k367Ԑ- C ?JHϏ$Rx}q]]NTT:($M#q~("aZ|ȷT+C-ᕨY- 峅 m(Wd.)+#nu!Y3k\yhwB9O>ߘ L9dY x#9IO/,:unPK! ѐ'theme/theme/_rels/themeManager.xml.relsM 0wooӺ&݈Э5 6?$Q ,.aic21h:qm@RN;d`o7gK(M&$R(.1r'JЊT8V"AȻHu}|$b{P8g/]QAsم(#L[PK-!K[Content_Types].xmlPK-!֧6 1_rels/.relsPK-!kytheme/theme/themeManager.xmlPK-!>Ktheme/theme/theme1.xmlPK-! ѐ'" theme/theme/_rels/themeManager.xml.relsPK] 6z>;><66 66 HI fhxyvw  !!_%`%((++n,p,..00x1z122h466@6@@UnknownGTimes New Roman5Symbol3 Arial7Calibri7 Verdana 1hKl&cF,_!4d6 ?'f0Bouwen is een vies woordRvL Harro de Jong Oh+'0x  4 @ LX`hp'Bouwen is een vies woordRvL Normal.dotmHarro de Jong3Microsoft Macintosh Word@F#@=原@rJ@, ՜.+,0 hp|  'WUR_6 Bouwen is een vies woord Title  !"#$%&'()*+,-./0123456789:;<=?@ABCDEFGHIJLMNOPQRTUVWXYZ]Root Entry F0VW@_1Table>WordDocumentzSummaryInformation(KDocumentSummaryInformation8SCompObj` F Microsoft Word 97-2004-documentNB6WWord.Document.8